De dienstuitvoering en de dienstregeling voor 2011.

 

Dienstuitvoering op de Genzelbahn:

De Genzelbahn rijdt in principe op zon- en feestdagen in de maanden april tot en met oktober. In 2011 beginnen we met rijden op de eerste zondag van april. Dat is dus zondag 3 april. Op de rijdagen rijden er normaal gesproken twee locomotieven, elk bestuurd door een machinist. De locomotieven zijn de 023 024-1 (DB Baureihe 23) en de 18 521 (DB Baureihe 18). Verder is er voor de dienst een conducteur aanwezig. De conducteur is een vrijwillig(st)er van Nienoord Spoorwegen, het andere spoorbedrijf op het Familiepark Nienoord.

De conducteur heeft de kaartjes gecontroleerd en heeft zojuist het vertreksein gegeven.

De machinisten beginnen hun dag met het controleren van de spoorbaan. De overwegen worden schoongeveegd en ook alle takken worden verwijderd van het spoor. Tegelijk is het een controle of alle wissels nog goed werken en de spoorbaan nog in orde is. Door zware regenval is het wel gebeurt dat een klein stuk spoorbaan verzakt was en er dan niet gereden kan worden. Hier zijn de machinisten ongeveer 20 minuten mee bezig, afhankelijk van het weer de week ervoor.

Daarna worden de locomotieven voorzien van water en kolen. Een luchtslang zorgt ervoor dat het vuur met perslucht extra wordt aangewakkerd. Dat is nodig totdat het water in de ketel kookt en een druk heeft bereikt van minimaal 1,5 bar. Daarna kan de stoom in de ketel het vuur zelf gaande houden en kan de luchtslang eraf. In het echt ging dat natuurlijk niet zo, maar in deze schaal (1:7) is de schoorsteen te kort om voldoende trek te hebben op het vuur. Het vuur zal dus elke keer uitgaan en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het opstoken, smeren en controleren van een locomotief duurt ongeveer een uur.

Als de locomotieven onder stoom staan, wordt er een proefronde gereden. De eerste locomotief neemt dan op de terugweg de wagons mee die in de remise staan. Deze remise is naast de paardenstal te vinden, ongeveer 150 meter vanaf het station. Normaal gesproken wordt gereden met een viertal wagons, zodat we per rit 32 personen kunnen vervoeren. Als het weer slecht is en we weinig reizigers verwachten, dan korten we de trein in tot drie wagons. Drie wagons kunnen namelijk net onder onze overkapping staan en dan blijven bij regenachtig weer de zittingen droog. Als de locomotief na de proefronde met de wagons op het station aankomt, kunnen de bezoekers instappen voor een ritje.

Op de meeste modelspoorbanen is het mogelijk om rondjes te rijden en kan men in principe rijden tot men een ons weegt. De Genzelbahn is daar een uitzondering op. De rit begint en eindigt namelijk op een kopstation met draaischijf. De locomotief moet na elke rit dus worden losgekoppeld, gedraaid en worden omgereden naar de andere kant van de trein. Om dat nu te versnellen, rijden er twee locomotieven in plaats van één. De tweede locomotief staat op het omloopspoor te wachten op de binnenkomst van de trein. Zodra de trein op het station stilstaat, wordt de eerste locomotief losgekoppeld en aan de andere kant rijdt de tweede locomotief zachtjes tegen de trein aan.

Op deze manier krijgen de machinisten de kans om de locomotief te onderhouden en klaar te maken voor de volgende rit. Het vuur moet nagekeken worden en voorzien van nieuwe kolen. Verder moet het water in de ketel en in de tender op peil worden gebracht. En als laatste is het noodzakelijk om regelmatig de ketel te spuien en de locomotief te smeren. Het zijn stuk voor stuk handelingen die de nodige tijd en aandacht vragen. En door met twee locomotieven te rijden is dat heel goed te doen.

In geval van een defect aan één van de twee locomotieven, wordt er op rustige dagen gereden met één machine. Dat komt gelukkig zelden voor. Wat wel regelmatig voorkomt, is dat op rustige momenten beide locomotieven voor de trein zitten! Of dat er een locomotief voor en eentje achter de trein zit. Hangt een beetje van de aanwezige machinisten af en doen we ter afwisseling. Het is voor ons immers ook hobby.

Onze spoorbaan is enkelspoors uitgevoerd, dus in principe kan er maar één trein tegelijk onderweg zijn. Daarom staat er vaak één locomotief in het station te wachten. Tegelijk is het voor het publiek duidelijk dat er gereden wordt en trekt het nieuwe reizigers. Een ritje met onze trein duurt ongeveer 7 minuten. Doordat we het wissel bij de keerlus in 2005 hebben geautomatiseerd, is de rijtijd iets korter geworden. Hiervoor was het ongeveer 8 minuten.

Aan het eind van de rijdag worden allereerst de wagons weer teruggebracht naar de remise. Vervolgens wordt er telkens één locomotief boven de slakkenkuil gereden. In deze kuil laten we het vuur vallen dat nog in de locomotief brandt. Het rooster wordt daartoe onder het vuur weggehaald of weggedraaid. Als dat klaar is rijden we de laatste meters achteruit richting locomotiefloods. Daar laten we de ketel leeglopen, wat met veel geluid en stoomvorming gepaard gaat. Als laatste schuiven we de locomotieven naar binnen en sluiten we de loods af. Een rijdag is ten einde.

U heeft nu een indruk van ons spoorbedrijf dat in grote lijnen hetzelfde is als in het grootbedrijf. Wilt u weten wanneer wij in 2011 rijden? Klik dan op de knop volgende hieronder. Wilt u terug naar het overzicht, klik dan op de knop Zurueck.


Klik hier om te zien op welke dagen we rijden in 2003.

Ga terug naar de inhoudsopgave.



Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op dinsdag 2 november 2010 door Robert Stremming.